Rondom de diensten

14 juni 2026

Onderweg naar Timna:
Zondagmorgen lezen we uit Richteren 14. Simson wil trouwen met een Filistijnse vrouw uit Timna. Zodoende reizen hij en zijn ouders een paar keer naar deze stad. Onderweg is er een leeuw en de bruiloft loopt niet helemaal zoals gepland. Of toch wel? Maar dan niet volgens onze plannen, maar volgens Gods plan. Thema van de preek: Gods weg in Simsons omwegen. In deze dienst bereiden we ons ook voor op de viering van het Heilig Avondmaal.
Wat helpt het nu om te geloven?:
In de avonddienst buigen we ons over deze vraag aan de hand van zondag 23 en 24 van de catechismus.
Zondag 23
Vraag 59: Maar wat baat het u nu dat u dit alles gelooft?
Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben en een erfgenaam ben van het eeuwige leven.
Vraag 60: Waardoor zijt gij rechtvaardig voor God?
Alleen door een echt geloof in Jezus Christus: al klaagt mijn geweten mij aan dat ik tegen al de geboden van God zwaar gezondigd en geen daarvan gehouden heb en nog steeds tot alle kwaad geneigd ben, toch schenkt God mij, zonder enige verdienste van mijn kant, louter uit genade, de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus; Hij rekent mij die toe alsof ik nooit zonde gehad of bedreven had, ja alsof ik zelf al de gehoorzaamheid had volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft. Alleen door deze weldaad met een gelovig hart aan te nemen ben ik rechtvaardig voor God.
Vraag 61: Waarom zegt gij dat gij alleen door het geloof rechtvaardig zijt?
Niet dat ik vanwege de waarde van mijn geloof God behaag, maar omdat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus mijn gerechtigheid voor God is, en dat ik die niet anders dan alleen door het geloof kan aannemen en toe-eigenen.
Zondag 24
Vraag 62: Waarom kunnen onze goede werken niet onze gerechtigheid voor God of een deel daarvan zijn?
Omdat de gerechtigheid die voor Gods gericht bestaan kan, geheel volmaakt en in alle opzichten met de wet van God in overeenstemming moet zijn, terwijl zelfs onze beste werken in dit leven onvolmaakt en met zonden bevlekt zijn.
Vraag 63: Hebben onze goede werken dan geen enkele verdienste, terwijl God ze toch in dit en in het toekomstige leven wil belonen?
Deze beloning geschiedt niet uit verdienste, maar uit genade.
Vraag 64: Maakt deze leer de mensen niet zorgeloos en goddeloos?
Zeker niet, want het is onmogelijk dat wie Christus door een echt geloof is ingeplant, geen vruchten van dankbaarheid zou voortbrengen.

Sluiten