Historie

Inleiding

Het buitendijks, te midden van de Wielerwaard op een heuvel staande kerkje van Giessen, wekt bij het aan­zien reeds het vermoeden op van een bewogen geschie­denis. Een bouwgeschiedenis die ten nauwste samen geweven moet zijn met de kracht van de waterwolf, die tot het eind van de twintigste eeuw bij herhaling zijn begerige klauwen naar het Godshuis uitstrekte.

Een onderzoek van de funderingen van het gebouw in 1958-1960 heeft deze geschiedenis op duidelijke wijze kenbaar gemaakt.

Aan de noord en zuidhoek van de koorsluiting, dus aan de oostzijde van de kerk, trof men de fundamenten van een tufstenen zaalkerkje aan dat op het eind van de 11e eeuw gebouwd moet zijn. Het kerkje mat 16 bij 8 meter. Het muurwerk van deze oudste kerk bestaat uit zorgvuldig gezaagde blokken tuf van gemiddeld 40 x 20 x 10 cm groot, gesneden door dunne voegen. Het opgaande werk vertoont een eenvoudige, afgeschuinde plint, waar­onder zich vier steen lagen bevinden, rustend op een bed van tufsteen gruis, terwijl boven de plint 13 steenlagen geteld werden, met naar alle waarschijn­lijkheid een houten opbouw.

De Alm

Het riviertje de Alm heeft een belangrijke rol gespeeld bij de verwoestende werkingen van de kerk. Dit riviertje kreeg bij hoge waterstanden van de Maas en de Waal grote hoeveelheden water te verwerken. De Alm kreeg bij Andel water uit de Maas, stroomde dan richting Giessen ten Noorden waar nu de “oude” winterdijk ligt. Het water stroomde voor Giessen langs, dat beschermd werd door een dijkje, boog dan in zuidelijke richting af naar Uitwijk, waar de bedding nog te volgen is.

Periode 1275 - 1986

1275
Gelegen op de zuidelijke oeverwal van de Alm, was het bedehuis door de jaren heen het centrale deel van de volksgemeenschap. Het jaar 1275 brak aan, vele hoge waterstanden van Maas en Waal. De Alm begon haar vernielende werking op de oeverwallen, steeds meer zand en klei inde stroom meenemend om zodoende de funde­ring van de kerk bloot te leggen. Het westelijk deel van de kerk stortte geheel in, wat overbleef was een ruïne.

1285
Omstreeks 1285 is men begonnen met de herbouw van de kerk met stenen van formaat 28 x 13 x 6 cm. Het gebouw fundeerde men op een enkele rij, los in het zand liggende tufstenen en de oostkant kwam te rusten op de gespaarde voeting van de tufstenen kerk. Het kerkschip kreeg dezelfde grootte als de vernielde voorganger, terwijl men aan de oostkant een driezijdig gesloten koor bouwde. Aan de noordzijde bouwde men enige tijd later een dwarskapel. Om beveiligd te zijn tegen het water hoogde men het terrein een meter op.

1400
De dijken waren aangelegd, er kon geen Maaswater meer in de Alm komen. En de kerk stond dus “veilig”.

Omstreeks 1400 begon men met de bouw van een toren aan de west­kant van de kerk. Deze moet behoorlijk hoog geweest zijn gezien de dikte van 70 cm van de fundering. Op een geschilderd tweeluik uit ca. 1480, toegeschreven aan de Meester van Rhenen, uitbeeldend de Sint Elisabeth vloed van 1421, is naast de toren van "Woricum” een spitse hoge toren getekend zonder naamaanduiding, dit zou de toren van Giessen geweest kunnen zijn.

De toren werd opgetrokken uit baksteen 25 x 12 x 5 cm. Op een dag in maart van het jaar 1755 viel de toren, bij windstil weer, om. De terug gevonden fundering helde 6 graden. Weliswaar was het stil weer maar het water dat regelmatig tegen de kerk en toren stond, had, in het opzuigende rivierzand waarop kerk en toren waren gefundeerd, zijn funeste werking gedaan. Weer was van een groot gedeelte van de kerk niet meer over dan een puinhoop.

1572
Bij de kerkvisitatie van 1572, waarbij de bisschop de toestand van de plaatselijke kerk liet onder­zoeken, bleek dat de kerk was toegewijd aan de H. Agnes, die op het eind van de 3de eeuw in Rome leefde en wordt beschouwd als een van de laatste martelaressen uit de tijd van de vervolgingen. Haar feestdag is 21 januari. In de kerk stonden vijf altaren, gewijd aan de H.H. Catharina, Maria, Anna, Johannis de Doper en aan de Heilige Geest.

1763
Op 4 september 1763 werd een vernieuwde kerk in gebruik genomen. Men had het gebouw ingekort tot de huidige lengte, waar nu de banken staan. Het koorgedeelte van 1285 was gespaard gebleven maar men verwijderde de dwarskapel.

1856
Over dit jaar doen twee lezingen de ronde. De eerste is dat het ingangsportaal zodanig was verzakt dat het op instorten stond. Het portaal werd grotendeels afgebroken en in de plaats hiervan kwam het huidige portaal met het torentje. Aan de vorm van de kerk werd niets veranderd.

De tweede lezing verteld ons dat, vanwege de slechte bouwkundige toestand, de hele kerk werd afgebroken, met uitzondering van het eind 13e eeuws koor. Het nieuwe bedehuis, zoals we dat nu nog kennen zonder de aanbouw, werd wederom op de fundamenten van haar voorgangers gebouwd. Nader onderzoek zal uitsluitsel moeten geven welke lezing de juiste is.

1963
Giessen was na de oorlog van 1940 - 1945 behoorlijk gegroeid en de industrialisatie was ook niet voorbij gegaan zonder zijn sporen te zetten. Het water van de Alm (niet bij de kerk) was zwart van kleur en het stonk. De kerk was te klein geworden en men besloot aan de noordkant een zijbeuk te bouwen. De “moeten” die op de muur zichtbaar waren wezen er op dat daar reeds eerder iets gestaan moest hebben. En inderdaad, bij het graafwerk voor de funderingen stootte men op de oude funderingen van de dwarskapel van 1285. Deze dwarskapel was smaller dan de huidige maar precies even diep. Alleen de achterste fundering is geheel uitgegraven omdat daar de fundering moest komen voor de nieuwbouw, maar het grootste gedeelte van de oude fundering is blijven zitten. Of het aan het tot met grote regelmaat terugkerende water ligt, of aan het feit dat er gebouwd is op de oude fundering of aan het vele puin wat er in de loop der jaren, ter egalisatie, op het terrein rondom de kerk is aangebracht is niet met zekerheid te zeggen, feit is echter wel dat ook deze aanbouw tot 1986 alweer 8 centimeter achterover is gezakt. Na het gereedkomen van de nieuwe winterdijk in 1997, waardoor het water niet meer bij de kerk kan komen, lijkt de situatie zich enigszins te hebben gestabiliseerd.

1986
In dat jaar is de kerk de grondig opgeknapt. Grote rotte plekken in het dakbeschot maakten noodzakelijk dat dit geheel vernieuwd moest worden. Slechte buitenmuur gedeelten zijn zo goed mogelijk aangepast aan de situatie van vroeger. Ook zijn de muren binnen in de kerk ontdaan van de in slechte staat verkerende witte pleisterlaag. Toen kon men ook goed zien hoe de kerk gerestaureerd zou moeten worden als deze geheel in oude staat terug ge­bracht zou worden. Er zijn dicht gemetselde rond boog vensters, afgehakte consoles die verlaagt onder de balken hebben gezeten, een afgeschuinde plint op 2 meter, de hagioscoop ook wel sacraments venster genoemd enz. Overigens zijn er geen plannen het geheel in oude staat terug te brengen.

Schrijf u in om de nieuwsbrief per e-mail te ontvangen Inschrijven »
ANBI Algemeen Nut
Beogende Instelling