Week 17, 2017

23 april 2017

Vanmorgen pakken we de preekserie uit het Bijbelboek Openbaring weer op. Het Bijbelboek dat we niet lezen als puzzelboek met cijfercodes die je moet kraken om te weten wanneer Jezus terugkomt. We lezen het ook niet als een boek dat alleen maar gaat over de laatste paar jaar voor het nieuwe Jeruzalem. Zo wordt het boek wel gelezen, maar die keuze heb ik in verbondenheid met anderen zelf anders gemaakt. Ik lees het boek Openbaring als kijken naar deze wereld vanuit Gods perspectief. Gods werkelijkheid die we niet kunnen zien maar die ons leven wél bepaalt. En dan over de tijd tussen Jezus’ 1e en 2e komst, tussen hemelvaart (Zijn troonsbestijging, het Lam op de troon, Openbaring 5) en het nieuwe Jeruzalem. Met veel teksten uit het Oude Testament vertelt Openbaring dát verhaal. Het zijn heel vaak geen nieuwe beelden, geen nieuwe woorden. Maar woorden die Israël al kende uit de Schriften, nu uitlopend op en verbonden met wat Jezus Christus door kruis en opstanding heeft gedaan. Openbaring lees ik dus als boek dat ook ons ontzettend aangaat. Met beelden en wonderlijke visioenen vertelt de Heere God ons het verhaal van een wereld die zoveel meer is dan je kunt zien. Vanaf Advent tot aan het begin van de lijdenstijd hebben we daarmee al veel voorbij zien komen. Openbaring 1 ging over het visioen van de verheerlijkte Christus. Gods heerlijkheid aan mensen verschenen! Openbaring 2 en 3 lieten we liggen – dat zijn de bekende brieven aan de gemeente. In Openbaring 4 zagen we een troon in de hemel met een regenboog eromheen: God regeert in genade. Openbaring 5 was het tweede stuk van die blik in de hemel. We vierden Avondmaal met het Lam dat is geslacht dat het waard is de boekrol te openen. Het liep uit op de aanbidding van Zijn Naam. In Openbaring 6 kwamen de eerste 6 zegels open.
Vier paarden, de vraag van de vervolgde kerk en Gods antwoord erop. Zegels als Zijn oordelen van God op weg naar Zijn nieuwe wereld. Heftige beelden. Wie zou in al die dingen staande kunnen blijven? Daarom was er in Openbaring 7 een pauze, tussen zegel 6 en 7. Daar hoorden we het antwoord: de verzegelden, Gods gemeente door alle tijden en van alle plaatsen heen, in hemel en op aarde. Aanbiddend voor de troon. Zij zijn veilig! In Openbaring 8 kwam het 7e zegel, de stilte van ongeveer een half uur, uitlopend op beelden van het laatste oordeel. Daarna kwamen met 8-9 de eerste 6 bazuinen. Eenzelfde serie van 7. Nu met woorden vanuit de plagen in Egypte uit Exodus. Niet iets heel nieuws, maar op een andere manier datzelfde als dat we eerder zagen: Gods weg naar Zijn nieuwe wereld. Er zat een toename in. Bij de zegels werd een kwart getroffen, bij de bazuinen een derde deel. We stonden als laatste stil bij de zesde bazuin, met woorden van Joël over de sprinkhanen. De tastbare aanwezigheid van het kwaad. En dan volgt er net als na het zesde zegel een pauze. In die pauze valt hoofdstuk 10:1 tot hoofdstuk 11:14. Dat zijn ook de gedeelten die nu aan de orde komen; vanmorgen hoofdstuk 10 over ‘eet dit boek’. We bidden om gezegende diensten!

Ds. A.J. Mouw
Sluiten